Week 4 in Villa Maria - the circle of life
Blijf op de hoogte en volg Rose
07 Maart 2015 | Oeganda, Masaka
Gelukkig ben ik weer beter en kon ik gewoon weer aan de slag! Deze week stond ik ingedeeld op de vrouwenafdeling, maar omdat ik het daar nogal rustig vond heb ik ook op de mannen- en kinderafdeling rondgelopen. Op de vrouwenafdeling lag een vrouw opgenomen die maandag te horen had gekregen dat ze HIV positief was, en aids had. Eerst weigerde ze het te geloven en ook weigerde ze de behandeling om HIV te onderdrukken. Ze was bang dat haar man bij haar weg zou gaan en dat de rest van het dorp haar zou laten vallen. Na counseling werd afgesproken dat ze, als ze beter was, haar medicijnen kon ophalen in een ander dorp. Zo zou niemand erachter hoeven komen. Ze was graatmager (ze leefde op vruchtensap) en had allerlei infecties. Vrijdag deed ik met de dokter de ronde over de afdelingen. Natuurlijk kwamen we ook bij haar aan het bed. De koorts was weg, ze gaf niet meer over en wilde graag naar huis. Ze was nog zwak, maar ze werd ontslagen en mocht gaan op voorwaarde dat ze op controle zou komen. Na de ronde op de kinderafdeling liep ik terug naar de vrouwenafdeling. Een student nurse kwam geschrokken naar me toe lopen: of ik wilde kijken want die vrouw ademde raar. Ik liep snel naar haar toe en zag haar naar adem happen...niet goed! Ik probeerde haar aan te spreken, maar ze reageerde niet. Ik maakte de luchtweg vrij en deed wat ik geleerd had om te doen. Maar binnen een minuut was het gebeurd: ze was overleden. De enige hartslag die ik nog voelde was die van mezelf. Haar dochter stond erbij, toen ik opkeek begon ze heel hard te huilen en te roepen. Het ging door merg en been. De mensen op de afdeling troostte haar, maar naar een paar minuten werd ze buiten gezet: ze zou er wel over heen komen en de andere patiënten hadden rust nodig. Ik was nogal onder de indruk. Niet alleen omdat ik, zonder bijkomst van een arts of nurse, de dood moest verklaren, maar ook van de manier waarop de dochter in het gras werd gelegd en daarna aan haar lot werd overgelaten. Echt tijd om er over na te denken had ik niet. Ik moest zorgen voor het lichaam van de vrouw. Samen met een student nurse wikkelde we de vrouw in een laken en droegen we haar op een brancard naar een benauwd hutje een stuk verderop op het terrein van het ziekenhuis. Toen ik terug liep werd ik bedankt door de arts die net terug kwam van zijn pauze, blijkbaar had ik het goed gedaan. Daar was ik zelf niet zo zeker van, ik vroeg hem waar de AED lag zodat ik die de volgende keer meteen kon pakken voor het te laat was. Wie weet hadden we haar met een AED nog kunnen redden. Hij keek verbaasd, een AED? Nee die hebben we niet, nergens in de regio trouwens. Het was een van die momenten dat je je opnieuw realiseert hoe arm het ziekenhuis en de omgeving is. Thuis hebben alle afdelingen in het ziekenhuis, maar ook de winkelcentra en stations er een. Hier zijn niet eens monitoren voor hartslag en bloeddruk e.d., zelfs niet op de operatiekamer. Alles wordt met de hand gemeten, maximaal 1 keer per kwartier bij heel zieke patiënten op de afdeling. Ze kunnen geen hartfilmpjes maken en een schok toedienen met een AED is dus al helemaal niet mogelijk. De dokter vertelde me het nou eenmaal zo gaat, mensen die in het ziekenhuis sterven terwijl het vaak voorkomen had kunnen worden met de juiste middelen. Gelukkig kwam daarna een leukere klus: er was een baby drieling die op controle kwam. Ondanks alle problemen die er na de geboorte waren geweest, waren ze nu gezond. Dat maakte de dag weer goed.